|
Tijdens de scheidingsprocedure
en na de scheiding bestaat de verplichting om de echtgenoot,die
niet of onvoldoende in zijn eigen levensonderhoud kan
voorzien te ondersteunen. Die ondersteuning wordt ook
wel onderhoudsbijdrage of alimentatie genoemd.
Als uit het huwelijk geen kinderen zijn geboren en het
huwelijk 5 jaar of minder heeft geduurd, dan is de
van de
gelijk aan de duur van het huwelijk.
De alimentatieverplichting ,
wanneer degene, die recht heeft op alimentatie opnieuw
in het huwelijk treedt, of een geregistreerd partnerschap
aangaat, dan wel duurzaam gaat samenleven met een ander;
als waren zij gehuwd, of als hadden zij hun partnerschap
laten registreren,zoals de wet vermeldt.
In de overige gevallen duurt alimentatieplicht ten hoogste
twaalf jaar na scheiding.
Als de
van de alimentatie na te ingrijpende gevolgen heeft voor de alimentatiegerechtigde,dan
kan de rechter op diens verzoek een verlenging van de
alimentatietermijn bepalen. Ook kan de rechter verzocht
worden een kortere alimentatietermijn,dan 5 of 12 jaar
te bepalen.
Voor de alimentatievaststellingen van voor 1 juli 1994
geldt een andere regeling.
In het kader van de scheiding kunnen beide partijen samen
maken over
de hoogte en de duur van de te betalen alimentatie.
Ook kan van
alimentatie afgesproken worden.
Of dat wenselijk is hangt ook af van de fiscale gevolgen
daarvan.
Tevens kunnen partijen afspreken, dat zij afstand doen
van hun rechten op alimentatie jegens elkaar.
Daarbij kunnen zij overeenkomen, dat die afspraak niet
gewijzigd kan worden vanwege een wijziging in omstandigheden.
Een dergelijke afspraak wordt ook wel
genoemd.
Als de
zich is ook
een aanpassing van de alimentatie mogelijk.
Is een nihilbeding tot stand gekomen, dan is zo'n aanpassing
slechts in uitzonderingsgevallen mogelijk.
De van de
wordt o.a.bepaald door de vraag wat de alimentatiegerechtigde
nodig heeft en door wat alimentatieplichtige kan betalen.
Daarbij wordt rekening gehouden met wat de alimentatieplichtige
tenminste nodig heeft voor zijn eigen levensonderhoud.
De inkomens van beide partijen en hun lasten zijn daarbij
van bepalende betekenis.
In de rechtspraak zijn een groot aantal normen ontwikkeld,
waarmee -in samenhang met de fiscale gevolgen- de te betalen
alimentatie berekend wordt.
Ook na echtscheiding dienen de ouders natuurlijk
beiden te voorzien in het onderhoud van hun kinderen;
totdat ze 21 jaar zijn.
Dit voor zover die kinderen niet zelf voldoende in hun
eigen levensonderhoud kunnen voorzien.
Van de ouder bij wie het kind niet of niet overwegend
woont zal een bijdrage voor het levensonderhoud van dat
kind gevraagd kunnen worden.
De hoogte van die bijdrage (ook wel kinderalimentatie
genoemd) wordt enerzijds bepaald door kosten van levensonderhoud
van dat kind en de mogelijkheid van die ouder om daarvoor
een bijdrage te betalen.
Hebben beide ouders een eigen inkomen,dan kan ook daarmee
rekening gehouden worden.
|